Re:Context – over muziek, betekenis en resonantie ✨ interview

terug naar alle verhalen
Gepubliceerd op 11/07/25

Vanaf de herfst zet Ha in op dialoog met de nieuwe reeks Re:Context. Want waar is het gesprek rond muziek gebleven? Hoe evolueert muzikaal vakmanschap of creatie in het algemeen in een eeuwig veranderende wereld? 

Spraakmakende auteurs van recente boeken over muziek en cultuur krijgen een podium – met Lies Steppe als moderator en bassiste Lara Rosseel die een soundtrack op maat levert. We spraken erover met programmator Jaïr Tchong.

Een interview door Stijn Buyst

Re:Context is een nieuwe reeks. Kan je me iets vertellen over de beweegredenen?

Jaïr Tchong: Jazzmuziek is ontstaan vanuit emancipatie en engagement, maar toch is het voor een groot deel muziek geworden voor mensen die hun schaapjes op het droge hebben. Veel Europese jazzclubs krijgen te maken met een verouderend publiek. 

Dat vind ik tegelijk ironisch en bizar, want het hoeft niet zo te zijn.

Zeker vandaag, nu er een massale sociale versplintering lijkt te ontstaan, is het goed om het te hebben over de maatschappelijke en sociale betekenis van muziek. 

Ons idee om hier een reeks rond op te bouwen kreeg meer vorm bij onze buren van boekhandel Paard van Troje, die een tafel hebben met een heerlijke selectie van recente muziekboeken.

Laten we dus vooraanstaande auteurs die uit de sector komen uitnodigen om verhalen te delen over muziek in haar bredere context. Dat is voor iedereen relevant, en al zeker voor toekomstige muzikanten. 

Zo komt bijvoorbeeld de befaamde auteur/producer Joe Boyd praten, die niet alleen Nick Drake ontdekte, maar ook naast Bob Dylan stond toen die elektrisch ging en erbij was in de nachtclub waar Pink Floyd ontstond. De inzichten die hij met al zijn ervaring over de muziekwereld kan geven lijken me onbetaalbaar. Ik kijk al uit naar de Q&A

Het aanbod aan muziekboeken is enorm. Hoe kies je er de boeken of auteurs uit waar je zo’n Re:Context-avond aan ophangt?

Tchong: Het is een experiment natuurlijk, we gaan dit voor het eerst doen. Zelf vind ik cultuurhistorische boeken heel interessant, maar we zouden ook de meer praktische kant kunnen opgaan.

Ik las laatst Liz Pelly’s boek over Spotify. Dat gaat weliswaar meer over technologie, maar ik zou haar heel graag uitnodigen omdat die technologie zoveel invloed heeft op alle fronten: de luisteraar thuis, de musici en de podia.

Ik denk dat er verschillende soorten boeken in de reeks passen. Ook dat van zangeres Neneh Cherry staat op ons verlanglijstje. Uit haar biografie ‘A Thousand Threads’ blijkt hoe zij op het snijpunt van postwave, punk en free jazz zit.

Haar optredens destijds met de freejazzgroep The Thing staan voor mij nog steeds symbool voor een uniek, veelzeggend moment, waarin verschillende publieken elkaar eindelijk eens konden ontmoeten in een fantastische samenballing van energie en zeggingskracht.

UK JAZZ

Ik las het eerste boek dat aan bod komt, ‘Unapologetic Expression’ van de Britse promotor, muzikant en labelbaas André Mamot. Uit dat boek, over de nieuwe lichting UK jazz, blijkt duidelijk dat het politieke element – eindelijk – helemaal terug is bij jonge muzikanten.

Tchong: De meest intense muziek kan zelfs zonder woorden een heel politieke lading hebben. Niet dat we van Ha een politiek actiecentrum willen maken, maar muziek is altijd meer dan de noten alleen – het vindt altijd plaats in een context. 

Natuurlijk moet je als beginnend muzikant je instrument onder de knie krijgen vooraleer je een boodschap kunt verkondigen. Maar zeker nu de wereld zo in brand staat, moeten we naar de maatschappelijke lading van muziek durven kijken.

Muziek met een politieke boodschap hoeft gelukkig niet per se alle poëtische kracht te verliezen. Een ontroerend voorbeeld vind ik Joachim Badenhorst, die bij zijn Zero Years Kid-concert in Ha, in december 2023, een piepklein Palestijns vlaggetje op het podium plantte.

Tchong: Dat is exact wat ik bedoel. Joachim speelde ook tijdens Eye on Palestine, dat we samen met de Gentse partners in Ha organiseerden. Dat werd een van de mooiste avonden die ik in mijn eerste jaar hier heb meegemaakt. Die avond draaide om het collectief delen van onze bezorgdheid en wanhoop.

Ik heb het er toen met Joachim over gehad: ‘We doen dit om samen te komen en die emotie te ervaren,’ zei hij, ‘en om niet thuis te zitten doomscrollen achter onze smartphone.’ Dat collectieve aspect is een belangrijke reden waarom we dit werk doen. Aan zo’n avond zit veel meer lading vast.

Het mooiste van muziek is dat ze ook zonder zo’n toelichting direct kan binnenkomen. Zeker bij improvisatiemuziek is dat een ding. Maar op Re:Context bieden we extra openingen om zulke muziek van dichterbij te leren kennen. 

Zeker nu de wereld zo in brand staat, moeten we naar de maatschappelijke lading van muziek durven kijken.

Jaïr Tchong


Tchong: De drie scenes waar wij het gesprek rond opbouwen –  impro, wereldmuziek en jazz – hebben eigenlijk alle drie een imagoprobleem: jonge mensen zijn vaak geneigd om dat als ‘connaisseursmuziek’ te zien.

Maar toen ik Jaimie Branch in Oostende zag spelen, ging dat dwars door generaties, genders en culturele achtergronden heen. Daar zat een universele betekenis in, waar ik heel graag naar wil streven.

Vandaar ook dat we niet kiezen voor boeken van musicologen, die vaak toch voor vakbroeders geschreven zijn. Wat deze eerste selectie van drie boeken gemeen heeft is dat ze heel goed geschreven zijn, en een algemeen geïnteresseerd publiek voor ogen hebben.

SPACE

Uit ‘Unapologetic Expression’ blijkt de belangrijke rol van vrijplaatsen zoals Total Refreshment Centre in Hackney, bij het ontstaan van een nieuwe scene.

Tchong: Die "need for space" is essentieel. Een scene kan zich pas binden als je over een heel toegankelijke plek beschikt. Mijn grote voorbeeld wat dat betreft is hoe het Bimhuis in Amsterdam werkt.

Zelf kijken we ook naar nieuwe manieren om ons gebouw open te stellen voor publiek, zoals met de pop-up Backstage Bar deze zomer aan de waterkant achteraan ons gebouw. 

Ook in het Verenigd Koninkrijk staat jazz momenteel sterk door voldoende zuurstof. Ik vond het veelzeggend hoe Marmot omschrijft hoe de ‘Jazz Club’-sketch uit The Fast Show, het imago van jazz voor jonge Britten langdurig en grondig verpest heeft. 

Ze hebben dat beeld toch maar mooi weten om te draaien, en de muziek opnieuw geladen met een knisperende betekenis, die ook relevant is voor mensen met een migratieachtergrond.

Marmot legt ook heel precies uit hoe de tweede generatie van de migratiegolf van de jaren negentig hun eigen muzikale erfgoed in de muziek konden leggen, en dat dat voor hen wellicht makkelijker ging dan voor Amerikaanse leeftijdsgenoten, wier roots meer verstrengeld is met die jazz-heritage.

Tchong: Precies, dat herinnerde me aan mijn eerste bezoek aan Londen, halverwege de jaren negentig. Op uitnodiging van het Brits-Indiase duo Badmarsch & Shri trok ik ernaar toe. De Asian Underground beweging beleefde daar toen zijn hoogtepunt, met een mengeling van drum-n’-bass en Indiase invloeden.

Ik ben toen drie dagen opgetrokken met journalist Andy Morgan, van super "highbrow" clubs naar heel "seedy" undergroundplekken. Je voelde daar echt dat het een samenhangende scene was van muzikanten uit die tweede migratiegeneratie, met trouwens ook veel vrouwelijke dj’s.

Marmot stelt dat de belangrijkste niet-Amerikaanse jazzstromingen altijd iets van hun eigen cultuur inbrengen: de Ghanese highlife, de Zuid-Afrikaanse townshipjazz van Dollar Brand, de Scandinavische scene, en dus ook de UK jazzmuzikanten die met hun migratieachtergrond werken. Wat zou dat voor ons kunnen zijn?

Tchong: Da’s een interessante observatie. Ik weet alleszins dat mijn favoriete Belgische jazzprojecten niét klinken als een buitenlands voorbeeld. Donder vind ik bijvoorbeeld volstrekt uniek, je merkt dat dat ook wordt gezien door buitenlandse programmators.

Even uniek vind ik Lander & Adriaan die op een enorm erudiete manier decennia van elektronische dansmuziek tot iets volkomen eigens laten samenkomen.

 

Buiten de jazz blijft Aksak Maboul voor mij voorbeeldstellend. Hun muziek had alleen maar in Brussel op dat moment kunnen ontstaan, en ging al van imaginaire ‘world’ via hedendaagse kamermuziek tot en met improvisatiejazz.

De manier waarop zij met Congolese invloeden en Turkse oneven maatsoorten aan de slag gingen, dat deed toen nog niemand. Hun eerste plaat staat voor mij absoluut op dezelfde hoogte als ‘My Life in the Bush of Ghosts’ van David Byrne en Brian Eno.  
 


Iets anders dat me recent omver heeft geblazen is hoe Ben LaMar Gay live een soort van rituele ruimte creëert en daarmee het festivalpubliek opeens in een soort collectieve focus brengt. 

Ik geloof heel hard in het idee dat muziek bij uitstek de manier is om mensen terug aan te leren wat focus is. Het liefst zou ik hier een grote kast maken, waarin mensen hun smartphone kunnen droppen voordat ze de zaal binnenstappen.

JOE BOYD

Laat het ons even over Joe Boyd hebben. Zijn ‘And the Roots of Rhythm Remain’ is het onderwerp van de tweede Re:Context-avond. 

Tchong: Boyd is natuurlijk wereldberoemd. Met Hannibal Records bracht hij Congolese, Oost-Europese en Malinese muziek onder de aandacht bij een breed en mondiaal publiek. Eigenlijk kun je stellen dat hij altijd dwars door de aloude marketingideeën van de reguliere muziekindustrie heen brak en de muziek weer centraal wist te stellen.

‘And the Roots’ is Boyds magnum opus, waarin hij op een hoogst aanstekelijke en goed onderbouwde manier veel verschillende fenomenen met elkaar in verband brengt. Met name de passage over zijn rol bij Paul Simons ‘Graceland’ vind ik erg interessant, omdat die plaat de authentieke artistieke ontdekking van al die Zuid-Afrikaanse muzieksoorten documenteert.

Er werd toen beweerd dat Simon ‘fout’ zou zijn omdat hij de boycot doorbrak, hij werd daar echt om verketterd. Maar het blijft een briljante plaat, met zoveel gelaagdheid. Die plaat heeft zoveel deuren geopend, ook voor Zuid-Afrikaanse musici.


Om af te sluiten even terug naar het betrekken van de jongere generatie. Jullie hebben onlangs een workshop georganiseerd met Sungazer, waarbij studenten van KASK & Conservatorium in gesprek konden gaan met Adam Neely en Shawn Crowder. Hoe was dat?

Tchong: We waren zeer blij met die middag, vanaf het begin bleken de studenten enorm betrokken. Ze stelden meteen interessante vragen, zoals “waarom is het curriculum van jazzopleidingen zo westers georiënteerd?”.

Toen ik zelf vroeg hoe Neely vanuit Sungazer de urgentie voor geëngageerde jazz in het Amerika van vandaag zag, begon hij eerst met een vrij standaard antwoord, maar toen stopte hij omdat hij vond dat hij op die vraag een persoonlijker antwoord moest geven.

Hij vertelde dat hij getrouwd is met een vrouw van Latijns-Amerikaanse afkomst en dat zij, terwijl hij twee maanden doorheen Europa aan het touren was, elke avond alleen thuis zat, doodsbang voor de deurbel. Er worden nu in Amerika zelfs mensen met geldige papieren opgepakt.

De stilte in de zaal was te snijden… Dat is voor mij een perfect voorbeeld waarom wij als muziekhuis politiek niet langer buiten de deur kunnen houden.


Nieuwsbrief

Subscribe

Ontvang algemeen nieuws, een jazzbrief van de programmator of enkel het programma voor kinderen.

Ik schrijf mij in

Door in te schrijven, ga je akkoord met ons privacybeleid.