Het Parnassus Trio speelde zich een weg naar de topklasse van pianotrio’s door van meer dan vijftien componisten (waaronder Mozart, Beethoven, Brahms en Schumann) integrales op te nemen van hun oeuvre voor deze bezetting. Met behulp van musicologen als Joachim Draheim diepten ze vergeten partituren op uit de archieven waarin nog talrijke schatten van dit in de 19de eeuw zo populaire genre een onderkomen in vergetelheid hadden gevonden, waaronder werken van Lalo, Schumann, Rheinberger en Schwarenka. Ze spelen met een bijzonder oog voor detail, een fijngevoeligheid voor stemmingen en klanksferen, en een niet aflatende drang naar perfectie.