HOORNTRIO’S VAN BRAHMS EN LIGETI
Geïnspireerd door een wandeling in het Zwarte Woud schrijft Johannes Brahms in de zomer van 1864 zijn trio voor viool, hoorn en piano. Dit romantische meesterwerk voor een ongewone bezetting zal honderdvijftig jaar later György Ligeti inspireren tot een gelijkaardige compositie. Brahms schreef zijn trio voor de oude natuurhoorn, een instrument zonder de moderne ventielen dat technisch enigszins beperkter was dan de moderne hoorn, maar waarvan het evocatieve timbre hem veel meer kon bekoren. Daarom zou Brahms de kleur- en contrastrijke vertolking van violiste Isabelle Faust, pianist Alexander Melnikov en natuurhoornist Teunis van der Zwart zeker gesmaakt hebben. Ligeti’s hoorntrio refereert qua bezetting en indeling duidelijk aan zijn voorganger, maar kondigt vooral een nieuwe wind aan in Ligeti’s oeuvre. Het trio onderzoekt het gebruik van grote en kleine terts samenklanken los van een tonale context en verwijst stilistisch naar oudere sleutelwerken zoals Le Grand Macabre en Hungarian Rock. Isabelle Faust, geroemd om haar uitzonderlijk zuivere en ranke vioolklank, speelt tussendoor de tweede vioolsonate van Franz Schubert